Posted in
Spaanse Taal in een Notendop Deel 4
Kinderen - Hijos
- zwangerschap = embarazo
- zwanger = embarazada
- bevalling = parto
- geboorte = nacimiento
- baby, zuigeling = bebé, lactante
- peuter = párvulo
- kleuter = párvulo
- kind = niño/niña
- tiener = adolescente
- puberteit = pubertad
- puber = adolescente
- opvoeding = educación
- opvoeden = educar
De menselijke levenscyclus - El ciclo de la vida humana
- leven (zelfstandig naamwoord) = vida
- leven (werkwoord) = vivir
- conceptie = concepción
- geboorte = nacimiento
- geboren = worden nacer
- kind = niño
- jongere =joven
- student = estudiante
- werken = trabajar
- carrière, loopbaan = carrera profesional
- middelbare leeftijd = mediana edad
- midlife crisis = crisis de la mediana edad
- overgang = menopausia
- pensioen = jubilación
- bejaarde = anciano/a
- aanleunwoning,verzorgingstehuis = viviendas cerca de una residencia
- dood = muerte
- sterven = morir
- begrafenis = entierro
- crematie = cremación
- ontbinding = descomposición
- pluk de dag = carpe diem
- gedenk te sterven = memento mori
- Laten we eten en drinken, want morgen zijn we dood = Comamos y bebamos
Spaanse leren? Bekijk onze gratis Spaanse cursus.



