Posted in
De geschiedenis van Spanje tot 1975
Spanje was net als Frankrijk al in prehistorische tijden bewoond. Er zijn botsplinters gevonden bij Burgos in Noord-Spanje die naar schatting driekwart miljoen jaar oud zijn.
Door zijn ligging van Spanje tussen twee continenten, met gemakkelijke toegang via de Middellandse Zee zijn delen van Spanje door diverse volkeren bezet. De naam van de zuidelijke stad Carthagena herinnert nog aan de Carthagers die ooit Spanje hebben bezet. Voor de Carthagers aan de mediterrane kust waren dat eerst volkeren uit Noord-Afrika, later Feniciërs, en Grieken. Het noorden van Spanje stond onder invloed van de Kelten.
Later kwamen de Basken op. Het huidige Baskenland is een schim tegenover hoe groot het gebied onder bewind van de Basken ooit was. De oorsprong van de Basken is overigens onbekend.
Het enige volk wat er in slaagde om het hele Iberisch Schiereiland te veroveren aren de Romeinen.
Na de val van het Romeinse Rijk in de 5e eeuw was het de beurt aan de Visigoten, een Germaans volk. Deze hielden echter niet lang stand. In 711 vielen de Moren (Arabieren) Spanje binnen. Ze rukten op tot Poitiers in Frankrijk. Deze invloed is nog steeds goed te zien in heel Zuid-Spanje. De christenvorsten organiseerden al snel een tegenoffensief, La Reconquista ("de herovering"). Alhoewel dit offensief de Moren wel terug drong ging dit maar zeer geleidelijk. Pas in 1212 hadden de Christenen het grootste deel van Spanje weer in handen, maar pas in 1492 werden de Moren definitief verdreven met de verovering van Granada.
Naast de historische vereniging van Spanje is 1492 ook het jaar waarin Christoffel Columbus zijn reis begon richting het later ontdekte Amerika. De ontdekking was echter niet gepland. Columbus was op zoek naar een kortere zeeroute richting Azië. Amerika is overigens vernoemd naar een later ontdekkingsreiziger genaamd: Amerigo Vespucci.
Spanje veroverde grote delen van het nieuw ontdekte Amerika. Het koloniseerde voornamelijk Zuid- en Midden-Amerika. Verder worden de 2 eeuwen na 1492 vooral gekenmerkt door de opkomst en ondergang van Spanje als wereldmacht.
Spanje had in Europa aanvankelijk veel succes met het uitbreiden van zijn macht. Zo was Karel I niet alleen koning van Spanje en alle koloniën, maar onder de naam Karel V ook keizer van het Heilige Roomse Rijk en Heer der Nederlanden. Maar toen zijn opvolger, Filips II, aan de macht kwam ging het minder goed met de Spaanse kroon.
Filips II wist nog wel Portugal en de bijbehorende koloniën in te lijven na de dood van de Portugese koning. Maar de voortdurende strijd van Filips II en zijn opvolgers tegen de protestanten in de Lage Landen en tegen de heidense Turken in het Middellandse Zeegebied kostten enorm veel geld. Als oplossing om die oorlogen te bekostigen werden de belastingen verhoogd, maar het volk kwam in opstand daartegen.
Spanje had de handen vol aan het onderdrukken van opstanden in onder andere Catalonië en Andalusië. Portugal maakte daar handig gebruik van door zich weer onafhankelijk te verklaren.
De Noordelijke Nederlanden werden verloren door de Spanjaarden in 1648. Bij de Vrede van Münster werd de Noordelijke Nederlanden ook onafhankelijk van Spanje. Franse gebieden werden teruggegeven aan Frankrijk en ook de Zuidelijke Nederlanden werden Frans. Tegen het einde van de 17de eeuw was er van de Spaanse macht in Europa weinig meer over.
Maar daar was het nog niet mee gedaan. De macht die Spanje eens had zou verder afnemen. De Spaanse successie-oorlog om de opvolging van Karel II was in feite een Europese oorlog: Engeland Frankrijk, Nederland, Portugal en Oostenrijk waren erbij betrokken. Bij de Vrede van Utrecht in 1713 verloor Spanje vrijwel alle bezittingen in Europa. Daarnaast moest Spanje het Gibraltar afstaan aan de Engelsen.
In het begin van de 19de eeuw koos Spanje voor een korte tijd aan de kant van Napoleon. Dat was echter van korte duur. De Franse keizer viel Spanje binnen en zette zijn broer Jozef Bonaparte op de Spaanse troon. Na steun uit Engeland werden de Fransen in 1814 uit Spanje verjaagd.
Ondertussen ging het in de Spaanse koloniën in Amerika niet veel beter. Tussen 1815 en 1825 werden vrijwel alle Amerikaanse koloniën onafhankelijk. In de tweede helft van de 19de eeuw verloor Spanje zijn laatste Amerikaanse en Aziatische koloniën (Puerto Rico, Cuba, de Filippijnen, en Guam).
De 20ste eeuw begon chaotisch voor Spanje. Tijdens de Eerste Wereldoorlog nam Spanje een neutrale positie in, maar de binnenlandse onrust was groot. Streken in Spanje streefden naar zelfbestuur en hierdoor waren er opstanden en stakingen in deze gebieden. De Catalanen in Noordoost-Spanje lieten zich vooral flink gelden.
In 1931 ontvluchtte Koning Alfonso XIII het land, waarna de republikeinen het roer overnamen. In een nieuwe grondwet die opgesteld werd kreeg Catalonië zelfbestuur Dit zeer tegen de zin van de rechtse partijen in. Toen het linkse Volksfront (een alliantie van republikeinen, socialisten en communisten) in 1936 de verkiezingen won, kwamen de rechtse nationalisten in opstand. Dit was het startsein voor de Spaanse Burgeroorlog.
De Sovjet-Unie steunde het Volksfront. Italië en Hitler-Duitsland steunde de nationalisten. De rechtse generaal Francisco Franco kwam als overwinnaar uit de strijd en stichtte in 1939 een militaire dictatuur, die tot 1975 zou voortduren.
Franco schakelde alle politieke tegenstanders uit. Spanje bleef buiten de Tweede Wereldoorlog, wel namen falangistische vrijwilligers deel aan de oorlog tegen de Sovjet-Unie en konden Duitse onderzeeërs gebruik maken van Spaanse havens. In 1969 werd Juan Carlos van Bourbon als opvolger van Franco aangewezen.
- login of registreer om te reageren



