Lección 1
Spaanse taal Deel 1 - cijfers en woorden, de basis
We beginnen de cursus met enkele simpele woorden en cijfers, welke je in het dagelijks gebruik goed kan gebruiken. Schrijf allereerst de woorden en cijfers op een bladzijde, aan één kan de Nederlandse, aan de andere kant de Spaanse. Dan kan je als oefening de bladzijde dubbelvouwen zodat je de ene helft niet kan zien. Druk op play als je het woord wilt horen, zo kan je direct je Spaanse uitspraak ook oefenen.
Oefen de woorden en cijfers zowel vanuit het Nederlands naar het Spaanse als andersom.
cijfers in het Spaans - los números en español
Cijfers - Cifras
Hieronder zie je de cijfers 0 tot en met 10 in het Spaans, leer deze uit je hoofd en spreek ze uit.
| 1 - uno | 6 - seis |
| 2 - dos | 7 - siete |
| 3 - tres | 8 - ocho |
| 4 - cuatro | 9 - nueve |
| 5 - cinco | 10 - diez |
| 0 - cero |
alfabet A-D - alfabeto A-D
| A | B |
| album - album | bacalao - kabeljauw |
| alrededor - ongeveer | baile - dans |
| amo - eigenaar | baja- vermindering |
| C | D |
| caber - passen | dado - dobbelsteen |
| cabra - geit | domingo - zondag |
| calle- straat | donde - waar |
Einde cursus Spaans deel 1
Als je deze woorden en cijfers beheerst dan kan je verder gaan naar deel 2. Geen nood als je de uitspraak nog niet volledig onder de knie hebt, dit kan je altijd op een later tijdstip opnieuw oppakken om extra te oefenen.



